De Elisaparochie heeft een nieuwe pastoor; Ton van der Gulik

 

“Ik voel me bevestigd”
De Elisaparochie heeft een nieuwe pastoor in de persoon van Ton van der Gulik. Ton is de opvolger van Eef van Vilsteren. Wie is Ton? Op 29 mei was zijn installatie gepland, een mooie gelegenheid om kennis met hem te maken. Dat moet, dank zij corona, nog even wachten. Maar niet getreurd. Najaar 2019 had Herre Roorda een kennismakingsgesprek met Ton bij gelegenheid van zijn benoeming tot pastoor van Zenderen. Dit gesprek verscheen in januari 2020 in ‘Achter de Karmel’. 

In gesprek met Ton van der Gulik: Ik voel me bevestigd.

Sinds september 2019 is Ton van der Gulik de nieuwe pastoor van de parochie in Zenderen en vanaf medio juni 2020 pastoor van de Elisaparochie in Almelo. In beide parochies als opvolger van Eef van Vilsteren. Vanaf 2010 werkte Ton in het studiehuis van de Karmelorde in Rome. Hij was er bibliothecaris, bibliograaf en subprior.

Jouw komst vanuit Rome naar Zenderen lijkt een heel nieuw hoofdstuk in het boek van je leven.
Ik zie het zelf niet als een nieuw hoofdstuk wat betreft mijn taak. Ik ben eerder parochiepastor geweest op verschillende plekken in Nederland. Er zijn veel déja-vu momenten; zaken die ik al eerder heb meegemaakt. Tegelijk ervaar ik dat er veel veranderd is in Nederland. Maar het is wel een nieuw hoofdstuk wat betreft de woonplaats. Ik heb niet eerder in Zenderen gewoond. Ik heb er weinig contact mee gehad. Maar nu ervaar ik hier voor het eerst de sfeer van het samenwonen in deze communiteit van binnenuit en waardeer ik deze. Er hangt een goede sfeer.

Nieuw voor jou zal zijn dat je een van de jongste bewoners bent binnen de communiteit?
Ja, dat is bijzonder hieraan, dat ik tot de jongsten behoor. Dat ik, hoewel de zestig al gepasseerd, nog midden in het werkzame leven sta. Dat is bijzonder en soms ook lastig. De mis is ’s ochtends om half tien en normaal zou ik dan al lang aan het werk zijn. De dagritmes zijn verschillend. Ik moet me aanpassen en dat doe ik ook, voor zover als dat mogelijk is. In Rome behoorde ik tot de groep ouderen en hier tot de jongste. ‘Wil je je jong voelen dan moet je naar Nederland komen’ werd wel eens in Rome gezegd.

Je werkomgeving is wel nieuw?
Ja, Twente is nieuw voor mij. Een kleine parochie is ook nieuw voor me; ik heb in grotere tot heel grote parochies gewerkt. Ik heb nu een aanstelling voor twee dagen in de week. Ik heb nu ruimte voor studie. Ik ben lang weg geweest. Nederland heeft in die periode een grote ontwikkeling meegemaakt. Ik ben aan het inlezen en moet inhalen. Tegelijk komt een oude onrust bij mij boven. Als pastor verwacht ik werk te moeten doen; dat er een beroep op mij gedaan wordt. Ik vraag me af: wat kan en wat moet ik nou doen?

Heb je voor jezelf een periode van oriëntatie genomen?
Ja, ik ben aan het verkennen. Van naburige parochies hoor ik de grote nood aan priesters. Ik voel dan een morele druk om te assisteren. Maar ik neem de tijd om te landen in Nederland en bij studeren.

Wat lees je op dit moment?
Een boek van fr. James Mallon over hoe je parochies kunt revitaliseren. Het boek is in het Nederlands verschenen: “Als God renoveert. De parochie van onderhoud naar bloei.” Het stimuleert me om na te denken. Daarnaast lees ik nu ook een boek over de theologie van de doop. Daarin zoek ik het contact met waar het wezenlijk om gaat bij de doop. Ik sluit mij aan bij wat de kerk vindt en denkt. Ik zou op grond van wat ik nu lees een goed ritueel voor de doop willen maken. Ik lees van het ene boek naar het ander, meestal Engelstalig of Italiaans. Ik kom nu toe aan boeken die ik eerder al had willen bestuderen en die te maken hebben met mijn karmeliet zijn, zoals de Theologie van het religieuze leven. Dat heb ik nooit zo meegekregen in mijn opleiding.
Erik Borgman vind ik een interessante Nederlandse theoloog. Die prikkelt me. Ik was blij te lezen dat deze gedachten van Borgman in Nederland voorkomen. Borgman houdt een pleidooi om open te staan voor wat op ons afkomt. Het is een vooroordeel van mij over Nederland, maar Nederlanders staan niet zo open.

Brengt deze tijd met zich mee dat wij leren open te staan voor het komende?      
De jongere generaties zijn niet zo belast met het verleden. Die laten meer op zich af komen en staan er open voor. Als ik met oudere medebroeders spreek, merk ik soms minder onbevangenheid of nog reacties op het verleden of juist op de nieuwe tijd. Ik ervaar, nu ik teruggekomen ben uit Rome, meer openheid; de scherpe kantjes van de polarisatie zijn minder geworden.
Waar Nederlanders verkeerd zaten was de opvatting dat alles maakbaar is in de samenleving en in de kerk; dat je de traditie opzij kunt schuiven of dat je breuklijnen kunt forceren en vervolgens alles nieuw kunt opbouwen. Die tijd lijkt voorbij. Ik merk dat ook aan collega’s, priesters die wat meer traditioneel zijn. De polariserende houding is veel minder geworden. De nare kanten van de polarisatie heb ik zelf in het verleden ondervonden. We zaten vast in beelden en opvattingen. Maar de situatie is nu zo dat we het met zijn allen niet weten. Van daaruit ga je zoeken en praten met elkaar.

Hoe zie jij de toekomst van de parochie in Zenderen; hoe zal het zijn over vijf jaar?
Zenderen is een kleine parochie; een eilandje tussen grotere verbanden. Men heeft daarvoor gekozen. Maar ik spring van dit eiland af en zoek contact met collega’s en buurtparochies. Voor de parochie als eiland zie ik geen toekomst. Op een goede manier toewerken naar afsluiting is ook heel zinnig werk.

Je zei in een interview dat we naar een ander soort kerk moeten; een kerk die dynamischer is en naar buiten treedt.
Het beïnvloedt mijn doen en laten. Het perspectief moet groter zijn, ook in onze liturgie. Ik probeer het open te leggen; een vonk te laten overslaan. Ik wil graag de verkondigende kracht van het ritueel laten werken. Ik wil het niet te vlak of oppervlakkig houden.
Rome heb ik als een dynamisch gebeuren ervaren. Het bestaan en de betrekkingen tussen allerlei opleidingscentra van congregaties en ordes; de uitwisseling ertussen. In Rome heb ik een jaarcursus gedaan over het religieuze leven. Daar zat ik met 100 studenten in de collegezaal, merendeel vrouwen! Ik leefde in een communiteit van circa 20 personen, studenten en docenten, met wel 18 nationaliteiten.

In het studiehuis te Rome is een gespecialiseerde bibliotheek en historisch archief. Ik was daar bibliothecaris. Ik hielp studenten daar de weg te vinden. Mijn tweede taak was verzorgen van bibliografieën. Tijdschriften nagaan. Ik zat in de voorste linie en kwam nieuwe ontdekkingen tegen. Heel boeiend maar ik kon niet overal op ingaan.

Was het genoeg?
Ik heb zelf gezegd dat het genoeg was. Ik was wel toe aan een nieuw hoofdstuk. Na negen jaar wonen in dat huis merkte ik dat het genoeg was. Ik miste de natuur. Er was in de stad Rome maar ook in het huis nooit stilte.

Wat heeft Rome jou gebracht?
Ik voel me bevestigd. Ik mocht in Rome de liturgie vieren zoals de kerk die viert. Ik werd bevestigd in mijn religieuze leven; in mijn aspiraties als karmeliet. Ik ben bevestigd in mijn liefde voor de kerk. Ik heb bewondering voor deze paus Franciscus.
Ik had in Rome toegang tot alle informatie. Daardoor ga je waarderen wat er in en vanuit de kerk gebeurt. Ik ben in Rome rooms-katholiek geworden. Ik ben het gaan waarderen dat we internationaal zijn. Dat is een geweldige rijkdom. Ik heb gezien wat de R.K. kerk voor landen betekent aan bemoediging, aan steun en hulp.
Ik ben bevestigd in mijn karmeliet zijn; in mijn persoonlijke weg. Ik ben van de eerste nieuwe generatie van karmelieten in Nederland. Die bevestiging was er toen niet. Ik moest mijn eigen weg zoeken.

Hoe kijk je naar de toekomst? 
De lekenbeweging binnen de Karmel heeft toekomst. De eerste orde redt het niet in Nederland en daarom is er een Europese Karmel nodig. Ik geloof in het samenbundelen van krachten in Europa.
Ik vind het jammer dat ik in Nederland niet iets kan bijdragen aan het instituut van de Karmel. Wat komt ervoor in de plaats als er straks geen Karmelparochies meer zijn? Er was niet iets nieuws. We vullen gaten op; daardoor blokkeer je andere mogelijkheden. Er is geen vernieuwing meer. Het is afbouwen.

Komt er na een tijd van afbouwen ook een tijd van opbouwen?
Als alles verdwijnt, komt er iets nieuws. Daarbij moeten we aandacht geven aan het belang van Karmel als instituut; zorg dragen voor nieuwe mensen, voor een opleiding en toerusting. Ik heb het als lastig ervaren om daarover discussies te voeren. In Rome heb ik ontdekt dat ik ingetreden ben in een internationale orde.

Zijn er voor jou bijzonder figuren in de traditie van de Karmel?
Naast Johannes van het Kruis en anderen is dat Franciscus van Amelry (een Vlaming). Wat ik inspirerend aan hem vind is de wijze waarop hij de mystieke eenwording met God beschrijft. Hij is nog steeds met zijn teksten aanwezig in mijn preken. Zijn werk blijft herkenbaar. Hij leefde in de tijd van de Reformatie, een tijd van grote verandering. Net als nu. Alles schuift. Dan is het van belang om de weg naar binnen zoeken; door contemplatie. Ook al begreep ik toen niet alles van hem; intuïtief voelde ik waar het om gaat.
Ik ben vooral bezig met karmelspiritualiteit. Werken in de natuur is ook een vorm van meditatie voor mij. Voor mij is dit (het Karmelietenklooster te Zenderen) het beste Karmelhuis wat we hebben in Nederland. Ik hoop ook dat dit het laatste huis is wat we moeten loslaten.
Je kunt hier iets ontwikkelen. Ga meer inzoomen op wat past bij deze tijd. Dan zie ik hier veel mogelijkheden. Ook al is het nog niet helemaal duidelijk. Al gaande iets vorm geven; je intuïtie volgen; en dan op weg durven gaan.

Herre Roorda

De Elisaparochie heeft een nieuwe pastoor; Ton van der Gulik