Armoedepact Almelo 2018

Bijdrage van Peter van der Hout als voorzitter van het Armoedepact Almelo aan de diensten in de Elisakerk op 17 en 18 november 2018

Dames en heren,

Het is voor mij best een bijzondere ervaring om hier in uw gemeenschap te mogen staan. Het is zeker niet dat ik me niet welkom zou voelen. Het gebeurt alleen niet vaak dat ik in een kerkdienst kom spreken over het Armoedepact Almelo. Ik waardeer de geboden ruimte daarvoor in uw gemeenschap dan ook zeer. Het is ook mooi om dat te mogen doen in een dienst waarin het thema van armoede ook bewust centraal mag staan. Het is een thema dat door de Paus ook is benoemd.

Paus Franciscus heeft vorig jaar bepaald dat de 33ste zondag door het jaar wereld dag van de armen is. Hij hoopt de onverschilligheid rond de armoede te kunnen doorbreken. Hij spreekt daarbij van land, huis en werk voor een ieder als heilige rechten. Ik wil daar dadelijk verder op ingaan als ik spreek over het thema armoede in Almelo.

Het is voor mij ook zoeken voor mij naar de juiste accenten en relevante aspecten van het thema armoede voor deze dienst. Ik wil u graag inzicht geven in het thema van armoede in de samenleving van Almelo. En u ook meenemen in wat daar speelt en wat daar voor aandacht aan geboden wordt.

Hier mogen staan is voor mij persoonlijk ook bijzonder. Ik ben niet katholiek van signatuur. Van huis uit ben ik opgegroeid in een protestants-christelijke levensovertuiging. Dat heeft mij gemaakt tot wie ik ben. Calvinistische eigenschappen als voorliefde voor orde, structuur, reinheid en regelmaat zijn me niet vreemd, net zo min als het schuldbesef als ik daar niet volledig aan kan voldoen. Het heeft me ook vertrouwd gemaakt met zaken als verantwoordelijkheid nemen en dragen, voor je zelf en voor anderen. Ik ben in elk geval blij dat ik waarden mee heb mogen krijgen vanuit mijn opvoeding waar ik heden ten dage nog steeds gebruik van mag maken. Ik vind het waardevolle levensbagage en ben er mijn ouders nog steeds dankbaar voor.

In deze kerk mocht ik ook al enkele keren vanuit het Armoedepact een theatervoorstelling over armoede introduceren. In die voorstellingen vertolken ervaringsdeskundigen verhalen vanuit de praktijk voor professionals uit het maatschappelijk veld. Ze gaan na die voorstelling ook met elkaar in gesprek over de voorstelling. Dat zijn mooie momenten, momenten die mensen raken. Het is een compliment aan uw gemeenschap dat de spelers van die voorstellingen al vele jaren uw kerk als hun thuis noemen. Zij spreken over u als vrienden uit Almelo. Zij kijken er naar uit om hier te mogen spelen. Ze voelen zich altijd erg welkom en gezien. Ik sprak enkelen van hen deze week nog en zij vroegen mij hun warme groeten aan uw gemeenschap over te brengen.

We hebben horen lezen uit het Evangelie naar Matteüs. Het is de tekst waarin de Mensenzoon twee groepen maakt. Net zoals een herder zijn kudde verdeelt in schapen en bokken. De Mensenzoon zegt daar tegen de mensen: “elke keer dat jullie iets goed deden voor één van de gelovigen die hier naast mij staan, deed je iets goed voor mij.” Hij stelt daarbij, “want toen ik honger had, gaven jullie mij te eten. Toen ik dorst had, gaven jullie mij te drinken. Toen ik een vreemdeling was, namen jullie mij in huis. Toen ik naakt was, gaven jullie mij kleren. Toen ik ziek was, zochten jullie mij op. Toen ik gevangen was, kwamen jullie naar mij toe”.

De mensen worden in de tekst van Matteüs opgeroepen het goede te doen voor een ander. Hun blik te richten op de ander en daarbij compassie en aandacht voor de ander te tonen. Er werkelijk te zijn voor een ander. Om te zien naar elkaar. Mensen worden opgeroepen om goede dingen te doen, goede mensen te zijn. En de goede mensen krijgen het eeuwige leven. Dat waren de dingen die Jezus zei. Dat is een mooi perspectief.

In de tekst van de eerste lezing uit Ezechiël 34 wordt de herder getoond. God stelt daar zelf om te zien naar zijn schapen en er voor te zorgen. Het is het beeld van de goede herder. “ik zal zelf mijn schapen weiden en ze zelf een rustplaats wijzen. Het verdwaalde dier zal Ik zoeken, het verlaten dier terughalen, het gewonde dier verbinden, het zieke dier sterken, maar de vette en sterke dieren verdelgen. Ik zal ze weiden zoals het hoort”.
Het is een duidelijk beeld van de Heer die zelf voor zijn volk zal zorgen. God stelt, ik zal goed voor mijn schapen zorgen , zoals het hoort.

Ik ben onder de indruk van deze boodschappen, het geeft me vertrouwen en steun. Het daagt me ook uit deze woorden in de praktijk te brengen. Mijn geloof een feitelijk en levend geloof te laten zijn. Te doen en handelen zoals ik lees in deze teksten dat verwacht wordt. Niet alleen te geloven door te lezen, maar juist te geloven door ook te doen.

De verhalen uit de Bijbel zie ik ook als verhalen waar ik best wel eens over moet denken. Me soms ook sterk moet inspannen om te verbeelden hoe dat dan gaat. Een verhaal dat me als kind altijd geraakt heeft is het verhaal van Jezus bij het meer van Galilea, waar Jezus alleen wilde zijn met het verdriet om de dood van Johannes. Hij wilde wegvaren over dat meer, maar de mensen laten hem niet gaan. Ze gaan hem met velen achterna. Wat hij uiteindelijk doet als hij aan land komt is waar we hem in het Nieuwe Testament van kennen: hij zet zijn eigen verdriet aan de kant en laat zijn eigen beslommeringen achter. Hij stelt zich open voor medelijden met de mensen. Hij cijfert zichzelf weg en gaat zieken genezen.

Aan het meer verstrijkt dan de tijd en wordt het avond. Dan vraagt een van de discipelen van Jezus hoe de mensen aan het meer eten moeten krijgen. ‘We moeten eten en er is hier niets te krijgen. Er woont hier niemand.’ En dan antwoordt Jezus: ‘Ze hoeven niet weg. Geven júllie ze maar te eten.‘ En dan kijken die leerlingen stomverbaasd naar Jezus. ‘Hoe moeten we dat dan doen, we hebben zelf al zowat niks. Vijf broden en twee vissen! Hoe had U dat gedacht?’ En dan gebeurt dus dat wonder dat we als kind al zo vaak hebben gehoord en bezongen: het ‘wonder van de vermenigvuldiging van de broden’. ‘De wonderbaarlijke spijziging’. Jezus bidt boven de broden en vissen en ineens is er meer dan genoeg. Hij deelt door het brood te breken en het vlees van de vissen af te scheuren, maar het wordt niet minder! Alle mensen daar aan het meer, hebben genoeg te eten en dan nóg blijft er heel veel over. Een bijzonder moment.

Als kind was ik daar altijd al van onder de indruk. Hoe kun je nu vergroten door te delen? Wat ik op school mee kreeg was de logica en het weten: delen is verkleinen. Tien delen door 2 is 5, zo gaf mijn leraar op school steeds aan. Maar bij het meer is het opeens 20 of veel meer, zo lees en verbeeld ik het me. Hoe kunnen we dan dat wonder of die bijzonderheid van het oneindig delen dan verder laten gebeuren? Is het een wonder? Of is het iets anders. Vanuit mijn nuchterheid kom ik daar niet echt uit.

Als ik terugkeer naar het thema van armoede en Almelo van vandaag krijg ik weer aansluiting en ga ik weer een soort van wonderen in beeld krijgen. Het is dan wellicht veel minder groots en minder beschreven, maar het is er wel. Ook in Almelo worden broden en vissen gedeeld zonder dat het er minder worden.

In deze stad torsen nogal wat mensen armoede en schulden met zich mee. Voor een deel komt dat door het textielverleden dat deze stad stevig heeft geraakt. Maar er is meer. Er zijn gezinnen in de stad waar al voor de derde of vierde generatie geen werk aan de orde is. Dat is de overerving van armoede. In die gezinnen groeien grootouders, kinderen en kleinkinderen samen op, zonder aansluiting naar werk en vaak ook aan de rand van de samenleving. Daar is ook niet echt een perspectief voor een goede toekomst voor kinderen. Kinderen krijgen daar niet de goede kansen voor hun leven.

Enkele jaren geleden kwam het boek van Mirjam Pool uit, alle dagen schuld, praktijkverhalen over armoede. Het bestaat uit verhalen van gezinnen die al langere tijd in armoede op groeien. Het is het verhaal van de achtendertig jarige Aukje, die al 20 jaar een bijstandsuitkering heeft. Haar sociale leven beperkt zich tot de internetchat. In de winter trekt ze twee truien over elkaar aan omdat er geen geld is voor een warme jas.
Of de twee twintigers Dennis en Chantal, in leven is werkelijk alles een puinhoop: hun huishouden, de opvoeding van hun drie jonge kinderen en hun financiën. Ze dreigen ten onder te gaan aan hun schulden en werken zich met impulsieve acties steeds verder in de nesten. Zelfs hun hulpverleners lijken geen uitweg te weten. Instanties spreken elkaar tegen, geld waar het gezin recht op heeft wordt niet uitgekeerd. Van de Boodschappenmand krijgen ze iedere week een pakket met levensmiddelen.

Het zijn praktijkverhalen van armoede. Verhalen van gezinnen uit Almelo. Ik las ze toen ik ging werken in Almelo bij de woningstichting Beter Wonen. Ik las de verhalen en ze raakten me. Ik hoorde er verhalen in, ook van onze huurders. Verhalen uit wijken en buurten waar ik dagelijks doorheen kom. Het spoorde me aan om er wat tegen te gaan doen, de last van anderen helpen dragen, verlichten. Zoeken naar nieuw perspectief voor en met hen. Het uitkomen van het boek van Mirjam Pool was voor de gemeente Almelo aanleiding voor de oprichting van het Armoedepact. Dat is een netwerk van partijen in de stad dat zich aangesproken voelt op het thema armoede in Almelo. Zich wil inzetten om er tegen in te gaan, tot verlichting of reductie van armoede te komen. Zich ook zelf wil aanbieden om te kijken hoe zaken anders kunnen of moeten om armoede niet te laten toenemen. Dat Pact bestaat inmiddels uit zo’n 50 organisaties in de stad, van kerken, de Cogas, Menzis, zorgorganisaties, ondernemers, scholen e.d.. Binnen dat Pact werken we nu al zo’n zeven jaar samen. De laatste jaren zijn er ook ervaringsdeskundigen aan tafel. Zij vertellen vanuit persoonlijke en doorleefde ervaringen waar zij tegen aan lopen, wat hen belemmert om volwaardig mee te doen aan de samenleving. Zij geven ook advies om herhaling te voorkomen, zijn buddy voor gezinnen die in zwaar weer zijn beland. Dat maakt een Pact sterker. Het helpt ook om beter te werken aan een armoedeaanpak.

Als woningcorporatie hebben we het Pact ook ondertekend en willen we meewerken aan armoedeaanpak. We zetten sterk in op betaalbare woningen, verbeteren die woningen, bieden schuldhulpbegeleiding aan als huurders het niet redden, elke maand zijn er zo’n 200 huurders die te weinig geld hebben om de huur die maand te betalen. We bellen hen direct om in gesprek te komen over de reden van niet kunnen betalen en willen snel helpen zoeken naar verbetering. Het contact is ons veel waard. We gaan langs de deur als we een indicatie hebben dat huurders de leeskunst niet vaardig zijn. We zoeken begeleiding bij het wonen als mensen het zelf niet kunnen redden. Onze vaklieden kijken achter de voordeuren van onze huurders en attenderen op signalen van armoede naar onze maatschappelijk consulent. We bieden de Voedselbank een moestuin voor verse groenten in het wekelijkse pakket van Almelose gezinnen. Het meubelproject vindt onderdak bij ons, we werken er graag mee samen. Het Jeugdfonds Almelo steunen we door gezinnen met kinderen te wijzen op het belang van sport en cultuur. Onze aandacht verschuift steeds meer naar de wereld achter de voordeur van onze huurders. We doen meer dan huizen bouwen en beheren, we voelen ons rentmeester van woningen en woonplekken, zodat mensen daar volwaardig kunnen wonen en leven. Wij voelen ons ook rentmeester voor huurders die het niet zo makkelijk in het leven hebben. We willen hen steun en vertrouwen bieden. Op jaarbasis zijn we met ca. 50 huishoudens in gesprek om voor hen een uitzetting te voorkomen. Hen op straat zetten is wat we serieus willen voorkomen. Dat vraagt openheid, vertrouwen en respect naar elkaar om tot noodzakelijke bijstellingen te komen.

Armoede kan een ieder gebeuren. U en ik. Het is vaak wel een omstandigheid waar je niet makkelijk over spreekt vanwege schaamte. Uit onderzoek blijkt dat er vaker voorkomende factoren zijn voor armoede. Ik noem u de meest voorkomende:

Problematische schulden, langdurig financieel niet kunnen rondkomen.
Verlies van woonruimte of onder dak.
Conflicten of breuken in persoonlijke relaties.
Moeite met het op orde houden van de eigen administratie.

Het zijn zaken die in ieders leven aan de orde kunnen komen. Het vraagstuk van armoede, en daarachter liggend wellicht ook het dreigende beeld van sociale uitsluiting, kan dus zomaar ons aller thema zijn.

Het hanteren van deze inzichten vraagt maatwerk, betrokkenheid en willen zoeken naar oplossingen voor anderen door samen schouder aan schouder te werken in de samenleving. Ook te stimuleren dat mensen zich niet hoeven te schamen voor armoede, vooral mens moeten blijven en dat er omgezien wordt naar hen. Een dat ook werkelijk voelen.

Armoede is een thema van de samenleving. Juist ook in Almelo. Misschien wel veel meer, dan we denken. Armoede is er niet alleen door mensen die geen werk meer hebben. Want dat lijkt het stereotype beeld: geen werk en dus geen geld. Maar het zijn ook mensen met gewone banen of een klein bedrijfje die niet rondkomen. Kleine inkomens die op gaan aan rente en aflossing van schulden, aan huren en andere vaste lasten. Soms ook aan verkeerde uitgaven, dat gebeurt helaas ook. Dat kunnen we niet ontkennen. Maar in al die gevallen blijft er vaak weinig over voor wat de basis van ons bestaan is: eten. Daardoor is er vaak tegen net zo’n avond als de avond die viel over al die mensen aan het Meer van Galilea, geen of te weinig eten. En wordt in Almelose gezinnen eten gespaard zodat in ieder geval een paar dagen in de week goed gegeten kan worden. Er worden boodschappenpakketten bij huishoudens gebracht die het even niet trekken. Het pakket is een steuntje in de rug voor hen.

Samen met gemeente, onderwijsinstellingen en bedrijven wordt in Almelo gewerkt aan het wegnemen van de oorzaken van armoede en achterstand. Dat gaat niet altijd snel en ook niet altijd met gegarandeerd succes. Maar met elkaar proberen we het onderwijs te laten aansluiten op de arbeidsmarkt, zodat wie van school komt ook de kennis en vaardigheden heeft die op dát moment door het bedrijfsleven gevraagd worden. Zo zijn recent in de week van de techniek leerlingen op bezoek gegaan bij bedrijven om nieuwsgierig te worden naar werken straks. Zo is er een Weekendschool in deze stad. Daar worden toppers op zondag uitgedaagd om hun talenten verder te ontwikkelen. Het is kansen versterken voor kinderen in de praktijk. Met als doel armoede te doorbreken.

Er wordt in de stad geprobeerd bestaande bedrijven te laten uitbreiden en er nieuwe bedrijven bij te krijgen. En met elkaar proberen we maatwerk te leveren. Soms is dat ook nodig om mensen vooruit te helpen. Armoede en achterstand zit namelijk niet alleen in je maag. Het knaagt ook aan je hoofd. Armoede geeft mensen veel kopzorgen en dat maakt dan weer dat ze de verbinding met de samenleving driegen te verliezen. Ze soms ook niet meer goed kunnen denken en ongewenste afwegingen maken om vandaag maar weer te overleven. Wat dat betekent voor morgen is dan niet in beeld.

De inspanningen om de economische structuur te versterken, om onderwijs en vorming in de juiste stand aan te bieden, om zorg en begeleiding op maat te bieden, zijn gericht op de lange termijn. Het is duursport, een kwestie van de lange adem en elkaar vasthouden en doorzetten voor een duurzame verbetering van leven en welvaart in onze stad en de inwoners.

Maar wat we ook doen, er zullen ook altijd mensen blijven die op en onder de grens blijven van wat we iedereen zo graag gunnen. Er blijven mensen net als aan dat Meer van Galilea voor wie er niks is. Juist voor deze mensen is dat wonder van het delen dat vermenigvuldigen wordt, zo belangrijk. En het gebeurt gelukkig! In de Almelose gemeenschap zijn er tal van initiatieven van kerken als de uwe, van stichtingen en verenigingen én van willekeurige individuele Almeloërs die van wat ze hebben, delen. Niet om er zelf beter van te worden, maar anderen vooruit te helpen.

Elke vrijdag wordt er bij de Voedselbank in de Egbertuskerk voedsel gedeeld, dat winkels, supermarkten en ook gewoon mensen zoals u en ik, willen delen met mensen die het nodig hebben. Elke week worden vanuit die plek zo 600 huishoudens gevoed die op een bestaansminimum leven. Het zijn er wél 30.000 in een jaar! Dat zijn herkenbare aantallen.

Op een aantal plekken in de stad kunnen mensen die leven op achterstand of in eenzaamheid een paar keer in de week samenkomen om met elkaar te eten. Het gaat dan om plekken als De Buurvrouw of de Eethoek. Dat vindt ook hier in de wijk plaats. Ook daar wordt gedeeld en vermenigvuldigd. Daar wordt ook ontmoeting en gezelligheid geboden. Er is aandacht voor begeleiding van mensen die het even niet zien zitten, zij kunnen daar ook terecht voor advies. Ook mensen die zich eenzaam voelen zijn van harte welkom voor een praatje en even contact van mens tot mens.

Er zijn winkels waar goede kleding wordt ingezameld die daarna wordt gedeeld met degenen die het moeite kost om geld over te houden voor goede kleding. Hen wordt de ruimte geboden om daar een nieuwe wintercollectie te halen waardoor het gezin er weer netjes bij kan lopen. En de kinderen maandag op school kunnen zeggen dat ze zijn wezen winkelen in de stad. Zich er ook bij voelen horen. Ik word daardoor altijd weer geraakt.

Het is voor mij telkens weer bijzonder, net zo bijzonder als met die vijf broden en twee vissen. Het is juist door het willen delen van welvaart dat welvaart groeit. Omdat we door te delen mensen in staat stellen weer mee te doen. Zodat ze ook zelf weer kunnen delen en anderen helpen. Omdat we door te delen stabiliteit in gezinnen brengen waardoor schoolgang en onderwijs succesvoller worden. Omdat we door te delen en om te zien anderen niet te hoeven laten ervaren dat ze zich eenzaam of ongezien voelen. Omdat we door te delen zelfrespect en zelfvertrouwen geven aan mensen die dat al lang verloren hebben, maar die dan hun dromen weer durven na te streven, weer licht gaan zien in hun leven. Dat mag ons allemaal aanspreken. En we hoeven nooit bang te zijn dat we zelf niks overhouden. Aan het Meer van Galilea bleef er immers meer over dan er aan het begin was! Er is dus altijd genoeg, ook als je deelt. Deel dus maar, want er blijft genoeg over.‬‬‬‬‬‬‬

Daardoor mogen we bewust naar anderen omzien en voor hen zorgen. Dat zijn goede dingen voor mensen.

Armoede wordt voor mij te vaak verbonden met uitzichtloosheid, aan de kant blijven staan, je niet van waarde voelen. Of ingekleurd vanuit bewust niet willen werken, verantwoordelijkheid niet willen nemen of fouten begaan hebben. Armoede is lastig, dat zie, voel en hoor ik. Armoedebestrijding is nodig, zeer zeker voor kinderen. Armoedeverlichting is haalbaar, als we de goede verbindingen weten te leggen, elkaar volwaardig blijven zien en opzoeken. En vooral blijven omzien naar elkaar.

Ik zie gelukkig ook veel mensen als ze weinig kunnen besteden, zich wel erg rijk en waardevol voelen. Doordat ze zich richten op zaken die van betekenis zijn, perspectief geven en voor en met anderen zinvol zijn. Ik raak onder de indruk van de wegen die mensen weten te vinden om om te gaan met hun omstandigheden. Zich weerbaar en redzaam te maken. Dan tonen zij hun kracht en hun talenten te benutten. Dat zijn mooie mensen.

Ik wil met u afsluiten met het lezen van het gedicht: Mijn moeder

Mijn moeder
Mijn moeder is een held
Ze zorgt voor ons en geeft ons te eten.
In het weekend met iets lekkers erbij.
Zo gauw de kinderbijslag er is,
Krijgen we nieuwe kleren
En schoenen als die nodig zijn.

Mijn moeder is een held.
Ze is veel onderweg om koopjes te zoeken
Ze vindt altijd wel weer iets uit.
Laatst nog had ze een cadeaubon
Van haar vrijwilligerswerk gekregen.
Daar heeft ze iets van gekocht bij Blokker
Dat bracht ze de volgende dag weer terug en toen
Kreeg ze er contant geld voor.
Daarvan kon ze extra boodschappen doen bij de Aldi.
Ze nemen daar namelijk geen cadeaubonnen aan.
Toen hebben wij wel gezegd
Dat ze iets extra lekkers voor zichzelf moest kopen,
Want het was toch haar extraatje geweest.

Mijn moeder is een held
Ze heeft op mijn roze blouse van vorig jaar
een paarse bies gestikt
nu hoor ik er helemaal bij.
Ze heeft gevoel voor mode.

Mijn moeder is een held
Laatst nog heeft ze het geld dat we kregen
Van de gemeente
Om ons te laten sporten,
Gebruikt om de huur te betalen.
Want de woningbouw deed moeilijk.
Toen heeft ze het betalen van de energie
Twee weken opgeschoven om onze sport te betalen.
Met het geld van de belasting, heeft ze daarna Essent betaald toen daar een dreigbrief van kwam
en de school heeft ze gevraagd te wachten tot de kinderbijslag binnen is.
En nou is alles weer mooi rond.
Knap he?

Mijn moeder is een held
Ze heeft een prachtige smoes verzonnen
Waardoor ik niet mee hoefde op schoolreis.
Nou hoeven we gelukkig ook niet meer na te denken over de aanschaf van een toilettas met spullen, zakgeld, pyjama en ondergoed dat door iedereen gezien mag worden.
Extra beltegoed, de reisverzekering, vervanging zoeken voor mijn krantenwijk en het geld van twee keer oppassen mislopen.

Mijn moeder is een held.
Maar ik kan niet over haar opscheppen,
Omdat ze niet wil dat iemand weet
Dat we zo weinig geld hebben.

Ik wens de Almelose samenleving vele helden toe.

Armoedepact Almelo 2018