Pinksteren 2017

In de evangelielezing horen we hoe de leerlingen bij elkaar zitten achter gesloten deuren. Ze zijn bang. Bang dat ook zij schuldig worden bevonden en ook veroordeeld zullen worden door dezelfde politieke en religieuze leiders. Ze zitten bij elkaar . De herinnering aan het leven samen met Jezus is uitgelopen op een grote teleurstelling.

Hoe hebben ze genoten van zijn droom, van zijn visioen op een betere, mooiere wereld. Ze hebben meegemaakt hoe hij erin slaagde deze droom dichterbij te brengen. Hij had het voorgedaan. Niet langer muren tussen mensen. Eén wereld waarin iedereen mee mag doen, mee mag spelen, als kinderen in een kring. Bij Jezus voelde je dat je erbij mocht horen, ook al had je een slechte naam, ook al kwam je uit een streek of wijk waar nooit iets goeds vandaan kwam.

Ze stonden erbij toen Jezus op een dag zelfs de melaatse aanraakte. En hij werd beter. Zo redde hij het leven van mensen. De blinde kon weer zien, de lamme lopen. Hij opende gesloten deuren. Niet met een breekijzer of geweld. Maar vanuit een houding van respect en diep vertrouwen. Hij hield van de mensen, zoals hij hield van God. Hij geloofde in de kracht die hij kreeg van de Vader in de hemel. Jezus zei: ik kan dit werk doen vanuit mijn verbinding met de Vader in de hemel. Hij is mijn bron. Daar kom ik vandaan.

Van daaruit kon hij ook heel hard zijn als een mensen individueel of collectief andere goden aanbaden, zoals de mamom, het geld of de god van de macht en het geweld. Hij riep dan mensen – individueel en collectief – op zich te bekeren. En als mensen zich bekeerden, dan zijn hun zonden ook vergeven.

De leerlingen van Jezus zijn op de dag van Pinksteren bij elkaar. Nu al vijftig dagen lang durfden ze niet naar buiten. Bij Jezus hadden ze zich sterk gevoeld . hij gaf hun richting en toekomst aan. Maar op het meest kritieke moment waren ze van hem weggevlucht. Hadden ze hem in de steek gelaten. Ze waren niet alleen bang dat ze opgepakt zouden worden . Ze schaamden zich ook. Ze voelden zich schuldig naar hun meester. Onzeker waren ze. Het leek wel of ze de woorden van Jezus over vergeving vergeten waren. Wie verkeerde dingen had gedaan (wie niet??) en daar oprecht spijt van had, kon bij Jezus terecht. Daar waren ze blij mee geweest; het deed hen goed.

Een kans op een nieuw begin. Maar dat alles was nu zo ver weg. Hun wereld zat dicht, potdicht. Net zoals de deuren en ramen. Dan gebeurt het. Vandaag. Op de vijftigste dag van Pasen. In het huis waar de leerlingen angstvallig bijeen zijn, komt er vanuit de hemel een geraas alsof er een hevige wind opsteekt. Jezus verschijnt in hun midden. Hij ademt over hen en zegt: Ontvang de heilige geest.

Dezelfde Geest, wind, adem die bij de schepping de aarde bewoonbaar maakte. Dezelfde geest, adem, wind, die het volk uit Egypte leidden en hen leidde naar het beloofde land. De leerlingen staan op. Durven weer te dromen, van zijn visioen op een betere wereld. En gaan aan de slag.

Oosterhuis zegt het als volgt: “de hartstocht voor gerechtigheid en vrede, gloed van ontferming, dat is heilige geest. En dat wij niet ophouden naar woorden te zoeken van bemoediging, en van protest ook, dat je je niet met stomheid laat staan, en niet het zwijgen toe doet; dat je elkaar blijft toezingen en zegenen en niet toegeeft aan de alom heersende schamperheid, de harde taal die mensen onderuit haalt, de spraakverwarring: dat is heilige geest”.

Hartstocht voor gerechtigheid en vrede; dat is heilige Geest. We leven nu in een andere wereld dan in de jaren tachtig van de vorige eeuw. Mensen werkten toen nog hun hele leven in dezelfde fabriek. Ze werken hier in Twente bij de zoutfabriek, bij Stork, bij Holland Signaal, Nijverdal ten Kate, bij de Rabobank en ga zo maar door.

Arbeid en kapitaal waren toen nog stevig met elkaar verbonden. De arbeiders voelden zich ook verbonden met hun bedrijf. Als je zaterdags op de markt in Hengelo liep, dan zag je in een bepaalde hoek de mannen staan die bij Stork werkten of hadden gewerkt. Op een andere plek weer mensen die bij een ander bedrijf werkten of hadden gewerkt. En zo was dat ook in Almelo. Mannen die gewerkt hadden bij Nijverdal ten Cate, Hedeman en Palthe etc. troffen elkaar op de markt.

Maar sinds de jaren negentig is alles vloeibaar geworden. Wereldwijd. De sociologen Richard Scenneth en Sygmund Bauman beschrijven dat hele proces. De band tussen kapitaal en arbeid is langzaam maar zeker veranderd. Het kapitaal is minder afhankelijk van arbeid. Bij grote bedrijven is niemand meer zeker van een baan.

Het goedkoopst en efficiënt is het om werknemers met elkaar te laten concurreren, de productie te verplaatsen naar een land waar de lonen lager zijn, of het bedrijf in stukken te knippen. Mensen worden afgedankt waardoor er grote onzekerheid ontstaat. Niet alleen mensen worden afgedankt maar ook producten. Een voorbeeld is het mobieltje. Het ene mobieltjes is nauwelijks op de markt gekomen of er wordt al weer gewerkt aan een ander mobieltje. Zo gauw dat weer op de markt komt, staan de mensen in de rij om dat weer te kopen. Mensen moeten zich niet binden aan een product maar aan een merk. Zo is er niet alleen verspilling van mensenlevens maar ook verspilling in materiële zin.

Dit proces vindt wereldwijd plaats. Mensen stellen nationale politici verantwoordelijk voor de problemen, terwijl die al lang niet meer de macht hebben om deze problemen daadwerkelijk op te lossen. En laat nu de migrant symbool staan voor al die problemen. Niet alleen is hij een concurrent voor de toch al onzekere positie van de al aanwezige arbeidskrachten, ook laat de immigrant zien hoe onzeker ons bestaan hier in de vloeibare wereld is.

Populisten maken gebruik van deze onzekerheid. De vluchtelingen zijn de oorzaak. Of de reeds aanwezige groepen zoals moslims of Marokkanen. Muren worden gebouwd. Vluchtelingen zijn niet welkom. Worden aan de buitengrenzen tegen gehouden. Maar daarmee wordt niets opgelost.

Hartstocht naar gerechtigheid en vrede dat is heilige geest. We mogen het visioen niet vergeten van een wereld waar een ieder veilig en menswaardig kan leven. Het visioen van Jezus van Nazareth

We kunnen als navolgers van Jezus van Nazareth wereldwijd de problemen niet oplossen, maar ze wel benoemen zoals paus Franciscus dat doet. We kunnen ons oefenen in eenvoudig leven, niet aan de verspilling mee te doen.
We kunnen de mensen die afgedankt worden nabij blijven.
We kunnen de vluchtelingen in ons midden ondersteunen.
We kunnen ons inzetten voor het behoud van de plekken waar mensen samen kunnen komen, zoals in buurthuizen. Aan de parochie is ondersteuning gevraagd voor het behoud van het jeugd en wijkcentrum Egbertus.

Kortom al doende wegen vinden zoals de theoloog Erik Borgman dat beschrijft in zijn nieuwe boek. Zo te werken aan rechtvaardigheid en vrede in ons midden.

Moge de adem van Jahweh ons blijven bezielen.

Pinksteren 2017